Onafhankelijke consultancy sinds 1992

                       Galerij 3, 1411 LH  Naarden

                         tel.: 035 6943060 / fax: 035 6951632

 

home

diensten

Drs Ruud H. Veenstra RA

publicaties

actualiteiten

archief

disclaimer

                          

 

"Tabaksblat geschenk voor accountants", Het Financieele Dagblad, 1 oktober 2003, door Ruud Veenstra

In Het Financieele Dagblad van 29 september staat een artikel van Onno Opzitter onder de titel 'De accountant in spagaat door voorstellen Tabaksblat'. Dat artikel geeft blijk van grote, in accountantskringen wijdverspreide, misverstanden over de aard en de zin van accountantscontrole. Overigens siert het Opzitter dat hij het lef heeft om deze onderwerpen in het openbaar te bespreken. De aan de orde gestelde onderwerpen, het voorstel van Tabaksblat om de algemene vergadering (ava) het recht te geven om de accountant te bevragen en de 'joint audit', zijn belangrijk genoeg voor een publiek debat.
Het voorstel van Tabaksblat wordt door Opzitter en vele andere accountants gezien als een nieuw probleem. Opzitter beveelt daarom als alternatief een joint audit aan. Beide zienswijzen berusten op onvoldoende begrip van de betekenis van accountantscontrole. Het voorstel van Tabaksblat is geen probleem maar, integendeel, een groot geschenk , en joint audit is geen oplossing maar een misverstand.

Het voorstel van Tabaksblat om de ava bij te wonen en vragen te beantwoorden is een uitgelezen mogelijkheid om uit de impasse te komen. Juist door overtuigend optreden in de ava kan de controlerend accountant bewijzen dat hij geen lippendienst aan de leiding bewijst, maar een gefundeerd oordeel heeft over de onderneming en dat hij zijn maatschappelijke rol serieus opvat. Anders dan Opzitter veronderstelt behoeft er geen enkele vrees te bestaan voor een weinig inspirerend betoog voor aandeelhouders. Er zijn namelijk legio inspirerende vragen over de werkzaamheden van de accountant te stellen. Ik geef ter illustratie maar wat willekeurige actuele voorbeelden, uitgaande van de normale wettelijke vereisten voor de jaarrekening en het jaarverslag in het Burgerlijk Wetboek.
- Zijn bij alle geconsolideerde ondernemingen en deelnemingen goedkeurende accountantsverklaringen afgegeven? Zo niet, bij welke niet, waarom niet en welke verbeteringen zijn te verwachten in de volgende jaren?

- Op grond van welke controlebevindingen is de accountant akkoord gegaan met de volledige consolidatie van activa, omzet en resultaten van joint ventures?

- Op welke gronden heeft de accountant het opnemen van een post 'latente belastingvordering' vanwege substantiŽle voorwaartse verliescompensatie goedgekeurd, indien van toepassing?
- Welke cruciale 'niet in de balans opgenomen verplichtingen' moet de lezer van de jaarrekening bij de beoordeling van de solvabiliteit en liquiditeit betrekken?

- Wat is het oordeel van de accountant over de betrouwbaarheid en de continuÔteit van de geautomatiseerde gegevensverwerking?

- Hoe is het gesteld met de kwaliteit en de 'audit-trail' - transparantie of interne controle - van de massale gegevensverwerkende systemen?

Deze voorbeelden maken duidelijk dat er voldoende rolbevestigende, specifieke vragen door de aandeelhouders aan de controlerend accountant zijn te stellen.
Dat dit geen nieuw onderwerp is, moge blijken uit mijn pleidooi voor een 'maatwerk accountantsverklaring nieuwe stijl', waarin op dit soort vragen uit eigen beweging door de accountant wordt geanticipeerd. Ik heb hiertoe in 1995 al voorstellen gedaan, onder meer in dit dagblad, dus lang voor de grote boekhouddebacles.
Het voorstel van Tabaksblat moet op zichzelf worden beoordeeld. Joint audit biedt daarvoor geen enkel alternatief. Dit blijkt al uit de door Opzitter zelf gestelde karakteristiek. Bij een joint audit wordt de accountantscontrole gezamenlijk door twee accountantskantoren uitgevoerd. De kantoren moeten, in de woorden van Opzitter, 'aan elkaar' verantwoording afleggen. Het zal duidelijk zijn dat het 'aan elkaar' verantwoording afleggen nooit het afleggen van verantwoording aan derden kan vervangen.

Daarbij komt dat een joint audit ook meebrengt dat twee afzonderlijke teams onder afzonderlijke leiding (en ieder met een eigen belang) ongeveer de helft van de controlewerkzaamheden uitvoeren. Het is daardoor van vele factoren afhankelijk of het samenvoegen van deze halve controles' tot een deugdelijk oordeel over de jaarrekening als geheel leidt.

Uit het bovenstaande kan alleen maar de conclusie worden getrokken dat Tabaksblat het accountantsberoep een reddingsboei heeft toegeworpen. Het is aan de accountants om deze reddingsboei, in de vorm van het voorstel om de ava te informeren en de daar levende vragen te beantwoorden, met beide handen aan te grijpen.

Ruud Veenstra